Fnac in City 2 heeft voor de zeventiende keer op een jaar de dvd-afdeling herschikt. Om er zeker van te zijn dat je er nu helemaal in verdwaalt. Een wirwar van rangschikkingen naar thema, regisseur, taal, promoties… verspreid over twee afdelingen (Nederlandstalig en Frans) die elkaar in alle verwarring overlappen. Vergeet doelgericht zoeken, een kat vindt er haar jongen niet in terug. De cd-afdeling is niet veel beter. Hopeloos ga ik op zoek naar de soundtracks, die zich voor de derde keer dit jaar elders hebben verstopt. Aan de balie vraag ik waar ik ze kan vinden. Een gebrilde dame snauwt me –mijn Nederlands straalnegerend- toe: ‘Les infos pour les cd’s se trouvent ailleurs,’ waarbij ze, zonder opkijken, haar vingertje naar links zwaait. Sorry dat ik stoor! Gelukkig stoot ik ‘stoemelings’ op de rekken soundtracks die zich bevinden… in de afdeling Franstalige muziek. 
Ik ga vervolgens op zoek naar de cd-singles, maar in de afdeling waar die verondersteld worden te liggen (volgens de pijltjes aan het plafond), zijn ze onvindbaar. Ik vraag uitleg aan een verkoper, die me al even taaldoof maar toch al iets vriendelijker in het Frans doorverwijst naar een rek met koopjes (singles klinkt misschien een beetje als soldes?) Daarna ga ik in de afdeling fototoestellen op zoek naar een zonnefilter. Ik ga eerst naar de balie, waar drie verkopers samen met één klant bezig zijn. Ik wacht. En wacht. En wacht. Een van de drie ontrekt zich aan het gesprek (hoera!), maar bevriest voor zijn computerscherm, blik op oneindig. Ik voel me onzichtbaar. Aan de kassa’s is het niet veel beter. Ik begroet de caissière met ‘Dag’ en krijg een welgemeende ‘Bonjour’ terug. Als mijn klantenkaart door de kassagleuf zoeft, verschijnt ‘welkom’ op het scherm, maar de caissière gaat onverstoord verder in het Frans terwijl ze mijn Nederlandstalige boeken scant. Ik weet dat het in Brussel zeer moeilijk is tweetalig personeel te vinden. Maar eentaligheid is nog geen vrijgeleide voor onbeleefdheid. |